2e paasdag
Een heerlijke vrije dag, gezellig bij een vriendin/collega op de koffie en al snel gaat het over de studie en het werk. Het herontwerp voor LA2 ligt in de lijn van haar vakgebied. Zowel over PGO als het maatwerktraject kunnen we goed sparren omdat zij eigenaar is van het onderwerp. Ook toetsing loopt als een rode draad door de hele opleiding en hebben we beiden mee te maken, dus genoeg om ver te sparren samen.
Een doorkijk voor het herontwerp kan op alle gebieden, maar het meest concreet is toch wel de toetsen binnen PGO of de toetsing in het algemeen. Dit is duidelijker weg te zetten dan het nieuwe concept BAL. (bewust autonoom leerproces), maar het laatste is wel leuker omdat het iets nieuws is wat uit mijn eigen gedachten komt.
Op dit moment zegt mijn verstand en mijn collega/vriendin dat ik voor een herontwerp moet gaan dat concreet is, maar mijn gevoel neigt naar het concept BAL. De komende twee weken zijn qua tijd dramatisch met de studiedagen en een kampweek voor de deur, dus eigenlijk weet ik zelf ook wel het antwoord. Ik moet nog aan het herontwerp beginnen, dus ik gebruik nog een aantal uurtjes om de knoop door te hakken.
maandag 28 maart 2016
vrijdag 25 maart 2016
doelbepaling
Doel:
Studenten in de actieve leerstand krijgen door het niveau van de docent op het niveau van autonoom ondersteunende leerkrachtstijl te brengen, waardoor ze beter in staat zijn de student te coachen / begeleiden op autonoom handelen of de vaardigheden aan te leren die hiervoor nodig zijn.
Dit doel heeft een gecombineerde benadering. Enerzijds vraagt het om een deskundige aanpak doordat de docenten in de kolom autonoom ondersteunende leerkrachtstijl terecht moeten komen en zo de studenten kunnen coachen en begeleiden op het autonoom handelen. Anderzijds vraagt het om een inhoudelijke aanpak aangestuurd door het management door binnen de kaders meer ruimte te geven zodat niet alles vooraf vast staat en de docenten ook meer ruimte ervaren.
De benaderingen subject matter expert approach en content outline approach uit:
Dick, W., Carey, L., Carey, J.O. (2014). The systematic design of instruction. Essex: Pearson.
De ISD modellen die vanuit het doel terugkomen in het trapmodel zijn:
ARSC-model (Keller)
Motivated Learning (Pintrich en Schunk)
Vragen stellen (Landsberg)
(zie ook trapmodel)
Studenten in de actieve leerstand krijgen door het niveau van de docent op het niveau van autonoom ondersteunende leerkrachtstijl te brengen, waardoor ze beter in staat zijn de student te coachen / begeleiden op autonoom handelen of de vaardigheden aan te leren die hiervoor nodig zijn.
Dit doel heeft een gecombineerde benadering. Enerzijds vraagt het om een deskundige aanpak doordat de docenten in de kolom autonoom ondersteunende leerkrachtstijl terecht moeten komen en zo de studenten kunnen coachen en begeleiden op het autonoom handelen. Anderzijds vraagt het om een inhoudelijke aanpak aangestuurd door het management door binnen de kaders meer ruimte te geven zodat niet alles vooraf vast staat en de docenten ook meer ruimte ervaren.
De benaderingen subject matter expert approach en content outline approach uit:
Dick, W., Carey, L., Carey, J.O. (2014). The systematic design of instruction. Essex: Pearson.
De ISD modellen die vanuit het doel terugkomen in het trapmodel zijn:
ARSC-model (Keller)
Motivated Learning (Pintrich en Schunk)
Vragen stellen (Landsberg)
(zie ook trapmodel)
woensdag 23 maart 2016
Pitch op het CIOS
23 maart heb ik de pitch gehouden voor het onderwijsteam op het CIOS. De reacties waren erg positief. We hebben gekeken hoe het thema autonoom ondersteunende leerkrachtstijl te verwerken is in de lopende trajecten om vanuit hier een herontwerp te maken voor het curriculum.
De lopende trajecten zijn:
1) Maatwerk, Wat vindt het CIOS acceptabel voor studenten om af te wijken van het lopende programma doordat ze kiezen voor (internationale) stage, eigen sport of blessures bijv.
2) PGO, de toetsing wordt veranderd zodat de taken niet alleen door kennistoetsen worden getoetst aan het einde van het jaar.
3) Toetsing, studenten moeten meer vrijheid kunnen krijgen in manier van toetsen.
De volgende factoren worden hierin verwerkt.
* Welke vaardigheden hebben studenten nodig.
* Hoe kunnen studenten deze vaardigheden ontwikkelen.
* hoe kunnen docenten hierop coachen en begeleiden. (vanuit het autonomie ondersteunende leerkrachtstijl).
De doorkijk voor mijn herontwerp maak ik met het nieuwe concept BAL. Bewust Autonoom Leerproces.
De ballen staan voor het niveau waar een student op zit ten aan zien van het autonoom handelen. Per bal staat aangegeven wat het gedrag is, hoe het gedrag te ontwikkelen is en wat de volgende bal in zijn ontwikkeling kan zijn. Daarnaast wordt aangegeven hoe de docent het autonome gedrag kan stimuleren / ontwikkelen.
Dit proces zal kunnen plaatsvinden binnen SLB, maar kan gebruikt worden bij alle vakken en stages.
De lopende trajecten zijn:
1) Maatwerk, Wat vindt het CIOS acceptabel voor studenten om af te wijken van het lopende programma doordat ze kiezen voor (internationale) stage, eigen sport of blessures bijv.
2) PGO, de toetsing wordt veranderd zodat de taken niet alleen door kennistoetsen worden getoetst aan het einde van het jaar.
3) Toetsing, studenten moeten meer vrijheid kunnen krijgen in manier van toetsen.
De volgende factoren worden hierin verwerkt.
* Welke vaardigheden hebben studenten nodig.
* Hoe kunnen studenten deze vaardigheden ontwikkelen.
* hoe kunnen docenten hierop coachen en begeleiden. (vanuit het autonomie ondersteunende leerkrachtstijl).
De doorkijk voor mijn herontwerp maak ik met het nieuwe concept BAL. Bewust Autonoom Leerproces.
De ballen staan voor het niveau waar een student op zit ten aan zien van het autonoom handelen. Per bal staat aangegeven wat het gedrag is, hoe het gedrag te ontwikkelen is en wat de volgende bal in zijn ontwikkeling kan zijn. Daarnaast wordt aangegeven hoe de docent het autonome gedrag kan stimuleren / ontwikkelen.
Dit proces zal kunnen plaatsvinden binnen SLB, maar kan gebruikt worden bij alle vakken en stages.
dinsdag 22 maart 2016
maandag 21 maart 2016
literatuurlijst LA2
Dit is de totale literatuurlijst die ik heb gebruikt voor LA2.
Het verschil met LA1 is nu geweest dat ik me eerst hebt verdiept in de literatuur voordat ik tot mijn producten ben gekomen. Dit lijkt in het begin dat je achter loopt, maar uiteindelijk maak je de stappen aan het einde sneller. De literatuur die ik gebruikt hebt wordt vaak naar verwezen in de onderzoeken die gaan over motivatie, autonoom handelen en het gedrag van leerkrachten om dit te bevorderen. Dit keer geen gebrek aan literatuur.
Pitch
Voorbereiding:
Al snel had ik door dat voor mij de manier van presenteren niet de Pecha Kucha manier ging worden. Op een of andere manier ben ik in LA 2 vrij laat met alles concreet maken en heb ik zoals gebruikelijk nog geen helder beeld voor het eindproduct. Dit zorgt voor onzekerheid, stress en geeft een gevoel van het niet in de hand hebben. Ik presteer het beste als ik weet waar ik naartoe ga, al heeft dit wel een nadeel dat je stopt met divergent denken en snel vast zit aan je eigen idee. Tenminste ik dacht altijd dat deze manier voor mij het beste werkt, maar in LA2 ben ik erachter gekomen dat het helemaal niet verkeerd hoeft te zijn om je einddoel nog niet helder te hebben. Buitenom dat ik moet leren om dan om te gaan met het gevoel wat erbij komt, is het product naar mijn mening niet minder goed. Zoals ook met de pitch!
De uiteindelijke manier heb ik een dag voorafgaande aan de pitch af gemaakt en al zeg ik het zelf, ik ben trots op mijn product!
Uitvoering Pitch:
Verhaal van de Pitch:
Ik ben Marlon Beekman en het proces is gebaseerd op CIOS
Goes Breda.
Uit de CA komen drie punten naar voren.
1.
De 6 docentrollen waarbij je niet alle rollen
even goed kan vervullen
2.
De leeractiviteit waarbij het CIOS het sociaal
constructivisme als leidend wil zien, maar waar het Cognitivisme nog de
overhand heeft omdat het voornamelijk docentgestuurd onderwijs is.
3.
De leerinhoud waarbij de kwalificatie en de
socialisatie van Biesta goed zijn ingebed, maar waarbij de persoonsvorming nog
wat meer aandacht mag hebben en dan voornamelijk met het autonoom handelen.
Autonoom handelen van studenten is niet los te zien van de
motivatie. Het gaat dan met name om de kwaliteit van de motivatie. We streven
naar een autonome/welwillende motivatie. De docent kan met zijn leerkrachtstijl
deze kwaliteit van studenten oproepen.
We spreken meestal vanuit autonoom handelen vanuit de
studenten, maar het ABC Autonomie, betrokkenheid en competentie telt ook voor
de docenten.
In het trapmodel heb ik de volgende factoren gebruikt.
1)
Self-afficacy
2)
leerproces
3)
differentiatie
4)
Coöperatief leren
De trap loopt van de controlerende leerkrachtstijl naar de
gemengde leerkrachtsstijl tot de autonomieondersteunende leerkrachtsstijl.
Van de 4 factoren heb ik een voorbeeld beschreven.
Als je in de autonomieondersteunende leerkrachtstijl zit
trigger je het meest het autonoom handelen bij studenten.
Om in deze trap te komen zal er een slag gemaakt kunnen
worden met de professionaliteit van de docenten door scholingen. Ik denk hierbij
aan feedback, reflecteren, samenwerkingsvaardigheden etc.
Als herontwerp voor het curriculum om studenten te triggeren
naar meer autonome motivatie denk ik aan drie dingen.
1.
Lessen SLB – gevolg van de scholingen
2.
Binnen de profielen de docenten meer autonomie
geven door het PTA vrij te laten
3.
Door een nieuw “vak” / “concept” BAL: Bewust
autonoom leerproces lessen waarbij de vaardigheid om autonoom te handelen
worden aangeleerd. De ene student zal een pingpongbal nodig hebben waarbij een
ander misschien een basketbal.
Feedback Pitch:
Leerkrachtstijl in relatie tot
autonomie. Scholing gebruiken om docent van trap 1 naar trap 3 te brengen. Hoe
wil je dat vormgeven?
Marlon: De scholing die een
docent nodig heeft is afhankelijk van de docentrol; reflector, coach begeleider
enz. Ik denk hierbij aan feedback, Scaffolding en Samenwerkingsvaardigheden voor de
studenten bijv.
Is de ambitie dat elke docent
alle rollen beheerst?
Marlon: In de nieuwe missie/visie
op professionaliteit moet iedereen wel raakvlakken hebben met alle rollen, maar is een utopie om
alles te beheersen.
De focus ligt sterk op de docent.
De stijl van de docent. Hoe kun je als
de docent in positie is het voor elkaar krijgen dat de leerling in positie komt
op autonomie?
Marlon: De self efficacy is de
grootste factor om het autonoom handelen van leerlingen te bevorderen (op basis
van literatuur). Als je zelf als docent autonoom handelt, kun je zorgen dat je
lessen naar een hoger niveau gaan waardoor de leerling automatisch meegaat.
Waar ligt de focus? Op het
herontwerp of op de docent? De docent is een belangrijke schakel in het geheel.
We moeten er bewuster mee bezig zijn.
Vertellen is één. Monitoren en
toepassen is ten tweede. Het moet gedaan worden. Er wordt al veel gedaan, maar we weten het eigenlijk niet. Bewustwording!
Het gewenste leergedrag wordt
neergezet als een indirect gevolg van het leerkrachtgedrag. Wat mag er van de
leerling zelf verwacht worden?
Marlon: het aanleren van de
vaardigheden zal in opbouw moeten van leerjaar 1 naar leerjaar 4. Hoe de opbouw
verloopt zal ook afhankelijk zijn van het niveau van de leerling.
Is het structuur of ook een
stukje cultuur.
Hoe ga je het proces monitoren?
Één op één gesprekken à
waar ben je nu mee bezig, waar wil je naartoe. Videogesprekken, coach
gesprekken. Docent moet open staan voor bijscholing, dus is het ook een stukje cultuur..
Tip: probeer voor elkaar te
krijgen om zoveel mogelijk samen te doen (met het team van CIOS).
Houd de focus, maar pas op voor
de zijstraten. Dwaal niet af!
Het stuk van binnenuit (het team)
is belangrijk. Waar ga je voor à
praktisch in SLB lessen of een uitdaging?
Nels: Misschien is het interessant
om naar de groep leerlingen van de afgelopen drie/vier jaar te kijken. Wat is
nou de reden waarom het gedrag dat je nodig hebt (in de bovenbouw) niet wordt vertoont door de leerling. De
leerling kan dit wellicht heel goed zelf verwoorden.
Marlon vraagt zich af of het te
koppelen is aan LA5.
Herontwerpen worden vaak gestart
in leerjaar 1. Dat zorgt ervoor dat de energie na verloop van tijd wegebt. De
kunst is om het in de gehele school zo te presenteren dat iedereen er in zit en
meedraait.
Vervolg Pitch:
De eerste stap is nu om dezelfde pitch op mijn eigen school met een groep docenten nogmaals te doen en samen hierover verder te brainstormen. Binnenkort zijn de studiedagen en misschien is het in het programma in te fietsen. Ook zal er met het onderwijsteam naar gekeken worden hoe we een van de ideeën kunnen implementeren.
maandag 14 maart 2016
trapmodel leerkrachtstijl
trapmodel leerkrachtstijl
De modellen die onder dit trapmodel liggen zijn:
1. ARSC model van Keller,
- Aandacht
- relevantie
- vertrouwen
- tevredenheid.
Dit model komt overeen doordat de bovengenoemde factoren voorwaardelijk zijn om tot autonome/welwillende motivatie te komen. In de hele trap zie je hier factoren van terug.
2. Motivated Learning van Pintrich en Schunk,
- karakteristieken van de leerling
- gevoelens van bekwaamheid
- Variabelen die de betrokkenheid bij de taak beïnvloeden
- Aanwijzingen betreffende bekwaamheid.
Dit model past qua inhoud het beste bij de trap. De onderdelen van Pintrich en Schunk zijn verweven in de vier factoren van de leerkrachtstijl. nl. self-efficacy, leerproces, differentiatie en coöperatief leren.
3. Vragen stellen van Landsberg
- vragen stellen en parafraseren - suggesties doen - laten zien - adviseren - stellen
Dit model komt terug in de feedback en monitoring. Vanuit de controlerende leerkrachtstijl is het met name docent gestuurd en naarmate je in de trap opschuift wordt het minder docent gestuurd.
De literatuur is:
Deci, E.L., Koestner, R., Ryan, R.M. (1999).
A meta-analytic review of experiments examining the effects of exentric rewards
on intrinsic motivation. Psychological Bulletin.
Nr. 25, p. 627-668.
Deci, E.L., Ryan, R.M. (1985). Intrinsic motivations and self-determination
in human behavior. New York: Plenum.
Reeve, J., Deci,
E.L. en Ryan, R.M. (2004). Self-determination
theory: A dialectical framework for
understanding socio-cultural influences on student motivation. In
McInerney, D.M. en van Etten, S (eds.) Big
theories revisited, Greenwich, CT: Information Age Publishing, p. 31-60
Ryan, R.M., Deci,
E.L. (2000). Intrinsic and extinsic
motivations: Classic definitions and new directions, in
Contemporary Educational Psychology. Nr. 25, p 54-67.
Schuit, H.,
Vrieze, I. de, Sleegers, P. (2011). Leerlingen
motiveren: Een onderzoek naar de rol van
leraren. Rapport 27. Ruud de Moor Centrum, Open universiteit: Nederland.
Sierens, E.,
Soenens, B., Vansteenkiste, M., Luyckx, K., Goossens, L. En Dochy, F. (in
druk). Een conceptuele en empirische
analyse van leerkrachtstijlen vanuit theorieën over ouderlijke opvoedingsstijlen en de
zelfdeterminatietheorie, in pedagogische studiën.
Thoonen, E.,
Sleegers, P., Peetsma, Th. & Oort, F. (2011). Can teachers motivate students to learn?
Educational Studies, nr. 37 (3), p. 345-360.
Vansteenkiste, M., Sierens, E., Soenens, B., en lens, W.
(2007).Willen, moeten en structuur: Over het bevorderen van een optimaal
leerproces. In begeleid zelfstandig leren, 37, p. 1-27.
Vansteenkiste, M., Sierens, E., Soenens, B., Luyckx, K. En
lens, W. (2009). Motivational profiles from a self-determination
perspective: The quality of motivation matters. In Journal of educational Psychology, nr. 101, p. 671-688.
Abonneren op:
Posts (Atom)
